Mijn foto

Laatste reacties





  • Dez Mona - Carry on


    Antony & the Johnsons - Hope there's someone


    Patrick Wolf - Hard times


    The Field - Over the ice


    Wende Snijders - Roses in June


    Tom Waits - Hold on


    Daniel Lanois - I'd rather go blind

Vissie - recensies: Boeken (fictie)

Vissie - recensies: Concerten

Vissie - recensies: Films

Vissie - recensies: Muziek

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

dinsdag 17 november 2009

Film: Keur aan Nederlands acteertalent zet toegankelijk drama neer

Bride_flightFilm Bride flight
Regisseur Ben Sombogaart
Hoofdrollen Waldemar Torenstra, Karina Smulders, Anna Drijver, Elise Schaap
Jaar 2008
Genre Drama
En? 7

Ben Sombogaart (De tweeling, Abeltje, De storm) is niet de man van het kleine gebaar, de verstilde kleingehouden film. Nee, bij deze regisseur ligt de emotie er dik op. Maar ook groter drama kan heel mooi zijn. Met de film De tweeling is bijvoorbeeld niks mis. Door niet voor een toneelachtige acteursfilm te kiezen bereikt hij wel een veel groter publiek. En ook daar is iets voor te zeggen.

Bride flight begint in 1953 als de KLM deelneemt aan een grote vliegrace. De Uiver van KLM vertrok samen met zeven andere vliegtuigen uit Londen om als eerste in Christchurch, Nieuw-Zeeland, aan te komen. Aan boord: veel bruidjes en verloofdes. Hun mannen waren hun al vooruit gegaan. Voor deze jonge vrouwen was Nieuw-Zeeland het beloofde land. Sommigen lieten het Zeelandse rampgebied achter. Na de watersnood lonkte dit land aan de andere kant van de wereld om er een nieuw leven op te bouwen.

Marjorie, Esther en Ada zitten aan boord en ze ontmoeten daar Frank, de vrijbuiter die een wijnfarm wil beginnen. Ada heeft zich verloofd met een gereformeerde Zeeuw die zijn hele familie is kwijtgeraakt. Hun relatie is gebaseerd op haar medelijden met hem, maar ze is vastbesloten zich aan hem te geven. Ook Marjorie wacht een huwelijk bij aankomst. Alleen Esther lijkt vooral de bloemetjes buiten te willen zetten. Zij wil de gruwelen van de oorlog vergeten. Ook zij heeft (aanvankelijk) een verloofde in Nieuw-Zeeland zitten.

De bijzondere vlucht brengt deze vier mensen met elkaar in contact en vanaf dan blijven hun levens met elkaar verbonden. Hoewel Ada en Frank meteen de vonk voelen overvliegen, zal Ada toch haar verloofde niet in de steek laten. En zo gaat ieder bij aankomst zijns en haars weegs.

Bride flight volgt de vier op drie momenten, in 1953 als ze net aankomen in het nieuwe land, in 1963 als er al gezinnen zijn gevormd en strubbelingen en intriges ontstaan, en in het heden als Frank is overleden en de drie vrouwen elkaar treffen op zijn begrafenis. Het meest opvallende in de film is de sublieme manier waarop de jonge generatie en de oude bij elkaar aansluit. Zo past de jonge Esther, belichaamd door Anna Drijver, onwaarschijnlijk goed bij de oudere versie die door Willeke van Ammelrooy wordt gespeeld. Hetzelfde geldt voor de andere combinaties.

Sombogaart is er in geslaagd een keur aan goede Nederlandse acteurs bij elkaar te verzamelen. Dat alleen al tilt deze film naar een hoger plan. Goed te zien dat een oudere generatie en jonge talenten hier bij elkaar komen. Al moet Waldemar Torenstra het vooral van zijn looks hebben en minder van zijn overtuigend acteertalent. En wat is hij ontzettend slecht te verstaan. Gelukkig zat er ondertiteling op de dvd.

De eerste helft is de film wat springerig en komen scènes er wat bekaaid af. Bijvoorbeeld de manier waarop Marjorie en haar man moeten verwerken dat ze geen kinderen kunnen krijgen, is een aangrijpend deel van het verhaal, maar er is geen tijd genomen om dit drama goed uit te werken. Al snel dienen zich weer nieuwe verhaallijnen en -wendingen aan. Wat dat betreft is het deel '1963' het beste als de dramatische lijntjes samen komen en er naar een ontknoping wordt toegewerkt.

donderdag 12 november 2009

Boeken: Auster stapelt raadsel op raadsel in nieuwe mysterieuze roman

Paul_auster_onzichtbaarNet als bij Ian McEwan draait het bij Paul Auster om het raadsel. In hun boeken hangt een vergelijkbare unheimische sfeer. Alleen gaat het in boeken van McEwan vooral om de menselijke emotie en hun neiging dingen verkeerd te interpreteren, bij Auster staat de constructie van het raadsel voorop. Het verhaal en de personages zijn slechts instrumenten. Auster heeft er zelfs geen moeite mee eerdere thema's te hergebruiken. Persoonsverwisselingen, anonieme figuren, gevonden manuscripten, het zijn vaker terugkerende elementen in het mysterieuze oeuvre van Auster.

Met Onzichtbaar heeft Auster dit jaar weer een klassieker aan zijn lange rij intrigerende romans toegevoegd. Nederlanders en Vlamingen kregen de primeur want de Nederlandse vertaling was zelfs iets eerder uit dan het Engelse origineel, net als vorig jaar met Man in het duister het geval was. Zijn nieuwste boek is echter wel net een paar tandjes beter dan dat vorige. Ook nu wordt de lezer weer opgezadeld met allerlei raadsels en vooral onverwachte wendingen in het verhaal, die allen moeten aantonen dat de waarheid onkenbaar is en het leven vol zit met subjectieve waarnemingen.

De jonge student Adam Walker ontmoet op een feestje Rudolf Born en zijn vriendin Margot. Hoewel ze geen enkel raakvlak met elkaar lijken te hebben, raken ze verwikkeld in een geanimeerd gesprek. In korte tijd verdiept hun relatie. Born blijkt plots bereid Walkers droom te financieren, namelijk het uitgeven van een eigen tijdschrift, Margot is vooral fysiek tot Walker aangetrokken. Op een onverwacht moment leert Walker echter de donkere kant van Born kennen. Als het tweetal overvallen wordt, trekt Born een mes en steekt op de aanvaller in. Omdat Walker wegrent om hulp te halen, ziet hij niet hoe deze schermutseling afloopt. Zeker is dat de overvaller aan het eind dood in een park is aangetroffen.

Dit incident zet het leven van Walker en zijn relatie met Born en Margot op zijn kop. Het effect ervan beschrijft hij jaren later in een boek. En dat boek heb je met Onzichtbaar zelf in handen. Zo creëert Auster een vertelling in een vertelling, maar hier houdt het Droste-effect nog niet op. Auster laat nog enkele andere personages langskomen, waarbij steeds een nieuw licht op Walker en zijn levensloop wordt geworpen. Op magische wijze introduceert Auster steeds nieuwe mysteries, zonder zich genoodzaakt te voelen eerdere raadsels op te lossen.

Personages worden door andere personages in de gaten gehouden. Iedereen heeft geheimen en zelfs als iemand de waarheid vertelt, geeft Auster je geen aanwijzingen op dat nu echt de waarheid is. Daarbij heeft Auster een mooie schrijfstijl gevonden. Hij knipt het verhaal in vieren, waarbij de eerste drie hoofdstukken een eenheid vormen, die afwisselend in de ik-, de jij- en de hij-persoon zijn geschreven. Zo creëert hij gaandeweg steeds meer afstand tot de hoofdpersoon. Ging je als lezer in hoofdstuk een nog helemaal mee met deze ik-figuur, aan het eind van het boek weet je niet meer wat te moet geloven.

Boeken: Ouder werk van McEwan mist diepte en krachtig plot

Ian_mcewan_ziek_van_liefdeIk leer Ian McEwan achterstevoren kennen. Mijn kennismaking was zijn roman Zaterdag uit 2005. Dat vond ik zo'n mooi boek, zo gedetailleerd en spannend geschreven, dat ik graag meer wilde. On Chesil Beach uit 2007 volgde. Dat is een kleinood, waarin met preciesie de gevoelens van een pasgetrouwd stel zijn beschreven. Het is een heel dramatisch boekje, waarin slechts een "kleine" gebeurtenis centraal staat. Nu had ik absoluut de smaak te pakken en moest ik ook Boetekleed (2001) lezen. Opnieuw verbaasde McEwan me met zijn ongelooflijke vermogen tot observatie. Hij speelt met waarnemingen en vooroordelen. In zijn boeken kunnen kleine gebeurtenissen uitgroeien tot levensveranderende grootte.

Tijd om me eens in het oudere werk van McEwan te storten. Ziek van liefde (Enduring love, 1997) leek me een mooi boek om eens de eerdere romans mee te verkennen. Net als Boetekleed (Atonement) is ook dit boek verfilmd, en dat is niet vreemd, want McEwan is als observeerder een zeer filmisch schrijvende romancier. En dan is Ziek van liefde nog wel een bijzonder exemplaar vanwege de bloedstollende beginscène. Alleen al de start van de roman maakt die het lezen meer dan waard.

Joe Rose heeft net zijn vriendin van het vliegveld gehaald. Zij is voor haar werk naar het buitenland geweest en Joe heeft een romantische picknick voorbereid. Als zij een geschikte plek hebben gevonden in een weiland zijn Joe en zijn vriendin Clarissa getuige van ballonongeluk. Een oudere man en een jonge jongen zitten in een luchtballon en de oude man heeft grote problemen de ballon in zijn greep te houden. Als de ballon eindelijk de grond raakt, klimt de man eruit en probeert hij die aan de grond te houden. Enkele omstanders, waaronder Joe, snellen toe om de man te helpen. Met een noodlottige afloop.

Dit bizarre ongeluk leidt tot een onvermoede ontmoeting tussen Joe en Jed Parry, een man die ook te hulp is geschoten. Vanaf het ongeluk duikt Parry steeds op in het leven van Joe. Tot gekmakens toe stalkt hij Joe. Zijn vriendin Clarissa bagatelliseert de achtervolgingsaffaire. Ondertussen weet Joe niet hoe hij van zijn belager af moet komen. Maar hoe geobsedeerder hij op Jed reageert, hoe minder Clarissa nog gelooft van Joe's verhalen. Zij ziet die Jed immers nooit bij de voordeur posten. En lijkt het handschrift op de brieven die Jed geschreven zou hebben niet erg veel op die van Joe zelf?

McEwan speelt deze verwarring prachtig uit. Op den duur is volledig onduidelijk of Joe inderdaad doordraait en dingen ziet die er niet zijn, of dat hij werkelijk op een sluwe manier gestalkt wordt door een godsdienstwaanzinnige. De spanning in het boek neemt toe en de beschrijving van deze intense scènes is wel aan McEwan toevertrouwt. Het boek kent echter twee minpuntjes die later werk niet meer heeft. Zo komt McEwan niet verder dan een heel spannend boek te schrijven - al heeft hij op thrillerschrijvers voor dat hij prachtig en meeslepend schrijft. Maar de verhaallijn van het boek blijft steken op dit trucje: is Joe gek of niet?

Tegen het eind is dit boek ook als thriller niet geslaagd. Als Joe op zoek is naar een pistool om van zijn belager af te komen, raakt die in een heel vreemde setting verzeild geraakt. Vanaf dat moment is de roman ineens niet geloofwaardig meer. En dan is het plot van het boek ook nog eens heel mager. Vermoedelijk een aardige en spannende film, maar als roman zie ik er vooral een voorstudie in naar het latere, veel betere werk.

zondag 8 november 2009

Muziek: Wilco rockt als een ontspoorde trein

WilcoDe trein komt langzaam op gang. Soepeltjes glijdt hij over de rails. Maar dan ontspoort hij en rijdt tientallen, honderden meters door, langs de rails. Maar wonderwel pakt hij het spoor weer op en vervolgt zijn reis keurig over het reeds gebaande pad.

Dat is Wilco, de Amerikaanse rockband rondom zanger en gitarist Jeff Tweedy. Wilco zit goed verankerd in een basis van country en americana. Maar het bijzondere aan hun muziek is de ontsporing, de heftige erupties van gitaar en drums. Daarmee heeft Wilco een geheel nieuw geluid ontwikkeld, waarbij er veel ruimte is voor experiment, expressie en gefreak. Maar met zijn warme stem zet Tweedy net zo gemakkelijk een verstild en melodieus liedje in dat neigt naar The Band of CSN&Y.

Vrijdag speelde Wilco in een uitverkocht AB, Brussel. De dagen eraan voorafgaand poogden nog velen via de website van AB aan kaartjes te komen. De gelukkigen mochten alsnog dit energieke concert bijwonen. Wilco koos daarbij voor een wonderlijke verhouding tussen concert en toegiften. Na anderhalf uur spelen, besloten ze nog eens drie kwartier aan toegiften ten gehore te brengen.

Wilco baarde het meest opzien met de - inmiddels klassiekers - Yankee hotel foxtrot (2002) en A ghost is born (2004). Op deze platen is het best hun doorontwikkelde stijl te horen. Ze laten invloeden vermengen, slaan voortdurend zijpaden in en voeren je zo van verrassing naar verrassing. Elf van de 25 gespeelde nummers kwamen dan ook van deze twee topalbums. Tot grote tevredenheid van de fans, zoveel was vrijdag wel duidelijk. Een bijzonder moment leverde de eerste toegift Jesus, etc. van Yankee hotel foxtrot op. Tweedy zie vooraf dat hij dit nummer graag samen met het publiek zingt en dat iedereen moest inhaken wanneer hij maar wilde. Dat was niet teveel gevraagd, want het nummer werd vanaf zin één woordelijk meegezongen, prachtig in het juiste ritme, steeds ingezet met een perfecte timing.

Wilco is een band die mensen van diverse pluimage aan zich weet te verbinden. De gemiddelde leeftijd lag redelijk hoog. Een ouder echtpaar achter mij (ik schat vijftigigers), zeker geen oude rockers, hadden een tasje bij zich met drinken én met leesboekjes. Tot aan het concert kwamen zij de tijd door met hun boek. Toen Wilco in volle gang was, genoten ze zichtbaar. Een wonderlijk gezicht, twee wat onmodieuze, tuttige Belgen die volledig opgingen in het stevige gitaarwerk van Wilco.

Met een toetsenist, een drummer, een bassist en drie gitaristen weet Wilco zijn muziek heel spannend te maken.Muzikaal gebeurt er steeds van alles en nog wat. Daarbij gaven de muzikanten zich volledig. Hoogtepunten waren wat mij betreft Impossible Germany (van Sky blue sky) en Spiders (van A ghost is born). Dat zijn beide heel intense nummers, waarop de spanning goed wordt opgevoerd en je reikhalzend uitkijkt naar de muzikale ontlading. Dat meemaken op CD is al heel plezierig, maar die energie en intensiteit ook nog eens voor je zien, is zoveel keren mooier.

woensdag 4 november 2009

Boeken: Sadistisch verhaal over ontspoorde pubers in prachtproza

Elvis_peeters_wijThomas, Ena, Ruth, Karl, Femke, Jens, Liesl en een naamloze ik-figuur. Om deze vier jongens en vier meisjes draait Wij (2009), het verontrustende boek van de Vlaming Elvis Peeters. De namen hadden net zo goed achterwege kunnen blijven, want de acht pubers vormen een collectief. Peeters schreef een flink deel van dit boek in de wij-vorm. De groep vijftien-, zestien-jarigen is helemaal op elkaar ingespeeld en ze zonderen zich goeddeels van anderen af. En binnen die gesloten groep ontstaan nieuwe mores, worden nieuwe spelletjes gespeeld, worden grenzen afgetast en al snel overschreden.

Alsof het een schunninge rapplaat betreft, waarschuwt een stickertje op de omslag de lezer voor de schokkende, expliciete tekst van Wij. Geen overbodige mededeling. Want het verhaal is maar heel eventjes onschuldig. De beginscène beschrijft hoe de kleine Thomas gefascineerd is door een ijspegel. Het jongetje kan er geen afstand van doen en zijn moeder bewaart de ijspegel in de vriezer. Daar wordt hij vergeten totdat de ijspegel in een gruwelijke scène - jaren later - terugkeert in het verhaal.

De acht pubers ontdekken hun lichaam, elkaars lichaam en vooral de kracht en de macht van het lichaam. De meisjes staan op een zomerdag - hoe idyllisch - op een viaduct. De jongens kijken van afstand toe wat er gaat gebeuren. Als er auto's onder het viaduct doorrijden tillen de meisjes hun rokjes op en zwaaien met hun onderbroekjes die ze in hun hand hebben. Dat er op de eerste dag alleen maar een paar automobilisten met hun auto's slingerden is de jongelui niet genoeg. Op dag twee proberen ze het nog eens, en met succes. Deze keer is de afloop veel dramatischer.

Peeters beschrijft hoe de spelletjes van de acht steeds verder en verder gaan. Ze luisteren naar hun iPods, spelen Kolonisten van Catan en voeren allerlei sexuele experimenten op elkaar uit. Voor deze jongens en meisjes is er geen onderscheid meer tussen onschuldig genieten van muziek of sex hebben en daar sadistische spelletjes bij bedenken. Moraal is in dit verhaal ver te zoeken. En dus gaan de pubers steeds verder. Als lezer voel je van meet af aan aan dat dit wel uit de hand móet lopen. Daarmee is dit boek een hedendaagse variant van Lord of the flies waarin kinderen ook moreel volledig ontsporen.

De kracht van dit boek is de droge én literair zeer fraaie manier waarop Peeters al het afschuwelijks beschrijft. Je houdt je adem in als je leest over weer zo'n smerig, sadistisch spel dat de jongens en meisjes uitvoeren, maar ondertussen doet het prachtige taalgebruik je genieten. Zo slingert Peeters je op een heel vervreemdende manier heen en weer in je gevoelens en emoties.

Maar bovenal is de roman verontrustend. Niet alleen de pubers kennen geen moraal, ook de auteur geeft geen moraal mee. Hij beschrijft alleen maar. Verklaren doet hij niet, afkeuren al helemaal niet. Zo zadelt hij de lezer op met dit verhaal. Daardoor blijft het in je hoofd spoken, zeker op de momenten dat je gedurende het lezen het boek even hebt weggelegd. Soms wil je al dat smerigs uit je hoofd wissen, voordat je verder gaat lezen. Maar het verhaal achtervolgt je. En Peeters geeft je geen gelegenheid de smerigheid en normloosheid toe te schrijven aan een beroerde jeugd of aan slechte afkomst. Wellicht is de gemene deler dat de kinderen niet uit erg warme nesten komen. Maar is dergelijk gedrag daarmee volledig verklaard?

Wij is een boek dat je amper kunt aanbevelen. Het is te gruwelijk om echt mooi te vinden. En toch is het een prachtig kunstwerk. De roman brengt je van je stuk, zet je aan het denken, laat je genieten van prachtig proza, poogt een tijdsbeeld te geven, zet een inktzwart mensbeeld neer en sleept je, ondanks al dat sadisme, moeiteloos door het verhaal heen.

zondag 1 november 2009

Muziek: Emotie spat er weer af bij Dez Mona

Dezmona Om zowel de Vlaamse als de Waalse muziekscene te bedienen, presenteerde Dez Mona zijn nieuwe plaat in tweeën: een avond in het Vlaams georiënteerde Ancienne Belgique en een andere avond in het francofone Botanique. En met die tweede locatie is niets mis, want de Rotonde in Botanique is een van de meest intieme en sfeervolle zaaltjes die ik ken. In het prachtige glazen gebouw bij de Kruidtuin (zoals de Vlamingen die dan weer noemen) is de Rotone het kleinste zaaltje, in de koepel in het midden van het 19de-eeuwse bouwwerk. Tegenover het kleine podium staat een halfrond waar het publiek kan zitten en staan.

Het werd een zitconcert, want naar Dez Mona luister je aandachtig. De Antwerpse band presenteerde Hilfe kommt, hun derde plaat alweer. De meeste roem en bekendheid (al is die nog veel te beperkt) kregen Dez Mona met Moments of dejection or despondency dat twee jaar geleden verscheen. Daarop is een wonderlijke mix van jazz, gospel en soul te horen, dankzij de duidelijk aanwezige accordeon ook nog met een tangorandje. Dat alles op zeer emotionele manier gezongen door Gregory Frateur. Hij heeft zichzelf een bijzondere manier van zingen aangeleerd, waarbij het piept en knijpt en hoog uithaalt, al naar gelang de emotie die hij wil vertolken. Met zijn excentrieke zang is Frateur geen allemansvriend. Je moet ervan houden, zou ik zuinigjes kunnen zeggen.

Op de nieuwe plaat is Dez Mona iets ingetogener waar het de uitbarsting van emotie betreft en wat orkestraler in de uitvoering van de muziek. Voor de veranderde sound is oud-bassist van Talk Talk Paul Webb verantwoordelijk, want hij heeft de plaat geproduceerd. Het was even afwachten hoe anders Dez Mona live zou klinken. Beyond redemption waarmee Dez Mona opende, is precies zo´n ingetogen nummer dat een andere klank heeft dan eerdere muziek, vooral doordat Frateur hier alleen in de lage registers zingt. Tegelijk is het een klassiek Dez Mona-nummer omdat het ontstaat en is opgebouwd uit bas en zang. Frateur vormt met bassist Nicolas Rombouts de kern van de band en dit nummer start met een heerlijke plukbas en donkere zang. Pas later komen hier andere instrumenten bij. En onrolt het nummer zich.

Andere nieuwe nummers zijn explosiever en doen hier en daar zelfs wat aan Zita Swoon denken, mede dankzij de swingende achtergrondzang. Het al te excentrieke is er wat vanaf, waardoor de toegankelijkheid wordt vergroot. Maar net als Zita Swoon combineert Dez Mona verschillende muziekstijlen tot een eigen geluid, liefst met een flinke swing. Knallers op het album, Carry on en Get out of here, waren ook live de klappers. Soms steeg de band ruim boven de plaatopname uit. Zo blijft Jack's hat op de plaat een beetje mat, maar knettert en spettert het op het podium. Het helpt dat het volume dan omhoog gaat en de drums net wat harder en opzwepender zijn.

Gelukkig is Frateur ook zijn bijzondere en opvallende zelf gebleven. Gaandeweg kwam de spirit er steeds meer in en schreeuwde en zong hij het ouderwets uit. En juist op momenten dat de band dan weer even gas terug nam, was de intensiteit en spanning voelbaar. Sister van het vorige album klonk als vanouds en uiteraard kwam er weer een Nina Simone-cover voorbij. Het enige tergende is dat het debuut van Dez Mona al lang nergens meer te krijgen is. En toch presteert Frateur het om daarvan mooie liedjes te zingen, zoals Blue girl. Maar ja, die plaat zelf in huis halen is er helaas niet meer bij.

Met vijf kwartier was het concert wat aan de korte kant. Het publiek lustte duidelijk nog meer. Maar gelukkig is er een nieuwe Dez Mona-plaat om weer eindeloos thuis van te kunnen genieten.

vrijdag 16 oktober 2009

Muziek: Schotse folkrockers overtroeven glorieus eigen debuut

My_latest_novel_deaths_and_entranceArtiest My Latest Novel
Plaat Deaths & entrances
Jaar 2009
Klinkt als The Frames, Arcade Fire, Get Well Soon, Madrugada
Beste nummer I declare a ceasefire
En? 8,5

Drie jaar geleden debuteerde het Schotse gezelschap My Latest Novel met de prachtige folkrockplaat Wolves. Voor die plaat kwam ik toen al superlatieven tekort en hun nieuweling Deaths & entrances is eigenlijk nog ietsje beter. Het Schotse vijftal viel bij hun debuut al op door de gedurfde en verrassende aanpak. Ze speelden wondermooie liedjes die telkens een onverwachte wending maakten. En ze schuwden een stevige climax niet. Dat alles deed toen al aan Arcade Fire denken.

Die referentie is nu nog steeds terecht. Maar wat mij betreft neemt My Latest Novel wel degelijk een eigen plek in. Het prettige aan Arcade Fire is dat ze steeds tegen de ontsporing aanhangen, My Latest Novel blijft meer binnen een strakker pad, maar zoekt de schoonheid elders. Bijvoorbeeld: in mooie melodieën en harmonieën en dan in het bijzonder in de schitterende samenzang. Neem If the accident will, dat rustig met gitaar en zang begint, warm en intiem, en waar na anderhalve minuut onverwacht een glashelder begeleidingszanglijntje wordt ingezet.

Of afsluiter The greatest shakedown, dat met mooi verstilde meerstemmige zang inzet. Deze keer met de zang van violiste Laura MacFarlaneerbij. Opvallend, want op de meeste nummers komt de meerstemmige zang volledig voor rekening van drie mannen. Juist dat laatste maakt My Latest Novel zo anders dan anders. Meestal krijgt samenzang gelaagdheid door mannen- en vrouwenstemmen te combineren. Hier dragen mannen bijna alle zang, waarbij prachtig gebruikt wordt gemaakt van de verschillende klankkleuren die de stemmen hebben.

Grote pré ten opzichte van het debuut is dat deze plaat volwassener klinkt. En daar heeft de zang voor een belangrijk deel aan bijgedragen. Wolves is echt een jongensachtige plaat, terwijl Deaths & entrances juist meer neigt naar The Frames en Madrugada, vanwege de wat zwaardere zang. Het geeft de muziek nog meer diepte dan het op het debuut al had. Misschien hoor ik er dingen in die er niet zijn, maar de muziek komt ook net wat trefzekerder over.

De basis van de muziek is nog steeds gitaar en viool. Daarmee zetten ze een onbetwist folkgeluid neer. Als het moet worden ook andere instrumenten tevoorschijn getoverd, zoals accordeon, maar een bonte boel wordt het nergens. Steeds balanceren ze op het snijvlak van emotie en theater. De band kan heel ingehouden zijn en daarmee je rechtstreeks emotioneel raken, maar de stevige opbouw en de ontlading hoort ook absoluut bij My Latest Novel. En het liefst stoppen ze beide kanten in één nummer. Het Duitse Get Well Soon zou zomaar een muzikaal broertje kunnen zijn.

Veel Get Well Soon'er dan I declare a ceasefire krijg je het niet op deze plaat. Het is het prijsnummer van Deaths & entrances. Hier komt de veel krachtiger en diepere stem van Chris Deveney echt goed tot zijn recht. Als je al van My Latest Novel-klassiekers kan spreken bij een zo jonge band, dan is dit er een. Zacht en ingehouden begin op de gitaar, in de verte ondersteund door keyboardgeluiden, dan de krakende zangstem. We zijn al weer even op weg als de drums bijvallen en ook de achtergrondzang aanzwelt. Dan voel je al wel aan waar dit heen gaat. En die belofte wordt helemaal ingelost: na tweënhalve minuut zet de versnelling in, komen er steviger gitaren bij en wordt de zang uitbundig. Dan maakt de kracht van de herhaling het nummer af, tot je na bijna vijf minuten baalt dat dit prachtigs weer voorbij is.

dinsdag 13 oktober 2009

Boeken: Roman over volwassenwording ontbeert herkenbaarheid

Wanda_reisel_die_zomerEen man een man is een prachtige roman uit 2000 van de niet zo bekende schrijfster Wanda Reisel. Het is een mooigeschreven en dramatische Kaïn-en-Abel-vertelling. Sindsdien ben ik Reisel trouw gebleven. Toen in 2007 Witte liefde verscheen, kocht ik het meteen. Maar helaas viel dat boek alweer een beetje tegen. Prima leesbaar, oordeelde ik destijds. Een nogal zuinig compliment.

Jammer genoeg kan ik over Die zomer (2008) niet veel enthousiaster zijn. Was Een man een man nog een uitsproken modern boek, dwingend geschreven en zelfs spannend, Die zomer kabbelt wat voort en is vooral veel te particulier. Reisel heeft geen enkele poging gedaan het boek universele zeggingskracht te geven. Daardoor blijft ze steken in anekdotes die misschien wel vaardig geschreven zijn, maar uiteindelijk weinigzeggend zijn.

De 17-jarige Dana heeft besloten dat ze deze zomer ontmaagd wil worden. Dat staat vast. Alleen, door wie? Met die vraag houdt ze zichzelf een zomerlang (en ons een boek lang) bezig. Vergeleken met vriendinnen vindt ze zichzelf maar preuts. En de jongens - inclusief de jongere leraren - dringen aan op sex. Het intieme geschuifel op de dansvloer, dat er overigens niet bepaald sexloos aan toe gaat, moet nu maar eens tot echte daden leiden.

Dana kan doen en laten wat ze wil. Ze leidt een luxeleventje in het grote ouderlijk huis, dat pal aan het Amsterdamse Vondelpark ligt. Maar contact met haar ouders heeft ze nauwelijks. Haar moeder zit al wekenlang met haar tweelingbroertjes in Israël en overweegt niet meer terug te komen. Haar vader houdt zich voornamelijk bezig met zijn maîtresse. Alleen met haar broer Daaf heeft ze soms contact, maar erg veel is dat ook niet.

Alle ingrediënten voor een meisje dat vooral met zichzelf bezig is. En dat zou een intiem, reflectief boek kunnen opleveren. Maar helaas blijft het verhaal nogal aan de oppervlakte. De twijfels en onzekerheden zijn amper voelbaar. Zeker als er pontificaal 'een virtuoze coming of age-roman' als betiteling op de achterflap staat, is dat nogal een teleurstelling. Daarbij speelt het boek wel heel nadrukkelijk in 1970, terwijl dat voor de thematiek helemaal niet nodig is.

Het boek heeft het onderwerp gemeen met de film Diep van Simone van Dusseldorp. Ook daar denkt een puberend meisje in de jaren zeventig na over haar eerste keer sex. Maar in die film worden de angsten en onzekerheden voelbaar. De film vertelt ook een veel kleiner verhaal. Het is allemaal veel simpeler gehouden en concentreert zich op het hoofdonderwerp: wat gaat er in zo'n meisje om. Reisel haalt er in haar boek van alles bij aan familiale verwikkelingen. Het resultaat is dat Die zomer maar niet breder wil worden dan dit ene verhaaltje. Grootse coming of age-romans zoals Kees de jongen en de Anton Wachter-cyclus spelen nota bene in een veel vroegere tijd, maar zij verwoorden een voor velen herkenbaar gevoel. Daar slaagt Reisel jammer genoeg niet in.

maandag 12 oktober 2009

Muziek: Patrick Wolf springt moeiteloos van ruige rock naar electropop

Patrick_wolfHij is nog maar 26 jaar en heeft nu al vier indrukwekkende albums op zijn naam staan. Lycanthropy is ruw, hard en vernieuwend. Op Wind in the wires klinkt hij gepolijster en laat hij zijn electronica minder ontsporen en durft dichter tegen de folkrock aan te zitten. The magic position is een vrolijke toverbal en er is vooral electropop te horen. En dan het dit jaar verschenen The bachelor. Daarop gaat het door op de electropop-toer, maar zijn muziek krijgt weer zwarte en ruwe kantjes.

Afgelopen weekend speelde Wolf in Botanique in Brussel, opnieuw een heerlijk concert. Twee keer eerder zag ik hem, in Rotterdam. In 2005 verraste hij velen op het Motel Mozaique-festival. Toen had hij net zijn tweede plaat uit en was nog maar in kleine kring bekend. Hij trad nagenoeg solo op, alleen een drummer ondersteunde hem. Met zijn krachtige stem en de veelheid aan instrumenten die hijzelf bespeelde, maakte hij een diepe indruk.

Twee jaar later leek de man redelijk uitgeblust. Hij had nu een band om zich heen verzameld, maar leek meer op een solist met een paar mensen erbij. Er was weinig wisselwerking, Wolf leek erg moe en speelde slordig. Niet veel later kwam het bericht dat hij ermee wilde stoppen. Het verbaasde me destijds amper, al had ik er wel de pest in. Deze jongen is zo getalenteerd, zo authentiek, hij kan nog jaren vooruit met nieuwe, spannende muzikale ideeën.

En gelukkig bleek het bericht een bevlieging. De aankondiging was louter gedaan in een staat van uiterste vermoeidheid. Wolf pakte de draad weer op en heeft nu op zijn eigen label deel een van een dubbelaar uitgebracht. Volgend jaar moet The conqueror verschijnen, dat samen met The bachelor een eenheid vormt. Oftewel: Patrick Wolf is terug, en hoe!

In Botanique zat de pit er duidelijk weer in. De eerste helft van het concert was hij niet erg spraakzaam, maar toen hij eenmaal lekker op stoom was, kwamen ook de hilarische verhalen op gang. Hij was zichtbaar blij met het feit dat hij in deze zaal kon spelen, en het moet gezegd, Botanique is ook een topzaal. De locatie in de botanische tuinen is heel bijzonder en de Orangerie-zaal is langwerpig, waardoor iedereen redelijk dicht bij het (brede) podium staat.

Wolf had een violiste, een bassist, een drummer en een toetsen/electronica-man meegenomen. Gezamenlijk wisten ze het orkestrale geluid van de laatste plaat behoorlijk te benaderen. Wolf gaat in zijn muziek altijd (een beetje) over the top, dan weer in emotie, dan weer in rare electronicageluidjes. Op deze plaat is hij voor het bombast bezweken. Maar gek genoeg werkt het. Zo viel het zwaar dramatisch aangezette Damaris ogenblikkelijk bij het publiek in de smaak.

Plaat nummer vier heeft meer pit en Wolf begeleidt zich vaker op (een stevig aangezette) gitaar. Daarmee is de variatie in zijn muziek weer een beetje groter geworden. Op een avond komt zowel het ingetogen The sun is always out, het snoeihard Battle en het vrolijke synthipopdeuntje The Magic position voorbij. De setlist was verrassend, en een klein beetje teleurstellend. Ik had graag meer van Wind in the wires gehoord, maar sommige nummers speelde hij niet omdat zijn ukele het had begeven - tenminste dat gaf hij als verklaring.

Anderzijds was het bijzonder om Paris te horen, van zijn debuut. En Lands end komt dan wel van Wind in the wires, maar het is een wat afwijkend nummer en ligt daarom minder voor de hand. Dat Wolf er ook nog eens flarden All I want van Joni Mitchell doorheen verwerkte, was wel heel bijzonder. Hard times en Magic position vormden een perfecte afsluiting, al had ik best nog wat toegiften willen horen. Maar gek genoeg moest Wolf de ferry naar Engeland halen en was daar geen tijd voor. Het publiek was zo in de gloria van het mooie concert, dat het hem dat snel vergaf.

dinsdag 6 oktober 2009

Boeken: Plato's grot komt tot leven in een parkeergarage

Peter_terrin_de_bewakerIk weet niet precies wat in literatuurland de definitie is van een ideeënroman, maar naar mijn gevoel komt De bewaker van Peter Terrin, een onlangs verschenen roman, daar dicht bij in de buurt. In de roman is het verhaal ondergeschikt aan het idee, de filosofie. Maar ik ben gelijk alweer bang hiermee De bewaker tekort te doen, alsof het louter een prikkelend idee is en geen mooigeschreven literatuur. Want dit boek is beide: een prachtige allegorie én een schitterend geschreven roman.

Harry en Michel bewaken een groot appartementencomplex. Het bestaat uit veertig verdiepingen en evenzovele luxe appartementen. Het complex is slechts via de parkeergarage toegankelijk en Harry en Michel bewaken die garage met hun leven. Ze zijn beiden volledig toegewijd aan 'de organisatie', de werkgever die hun belast heeft met deze verantwoordelijke taak. Want Harry en Michel bewaken niet zomaar een gebouw, nee, ze staan in voor de levens van de bewoners.

Dag en nacht verblijven ze in de parkeergarage van zo'n duizend vierkante meter. Ze hebben een perfect ritme ontwikkeld van slapen en waken. Elk mag vijf uur per etmaal slapen en de rest van de tijd lopen ze hun rondes. Ook hebben ze specifieke eetgewoontes ontwikkeld. Ze smullen van de cornedbeef uit blik (soldatenvoer) en Michel heeft zich toegelegd op het bakken van brood. Met een steeds botter wordend aardappelschilmesje scheren ze zich.

Dan opeens vertrekken alle bewoners behalve een. In een dag tijd zien Harry en Michel de bewoners stuk voor stuk de lift uitstappen, naar hun garagebox toelopen en met hun auto's verdwijnen. Om niet meer terug te komen. De bewakers blijven achter, onwetend van de reden van vertrek. Wat er buiten gaande is? Ze hebben geen idee. En als lezer heb je dat evenmin. Een oorlog, een ramp, een aanslag? Het blijft onduidelijk. Maar zeker is dat de dreiging van buiten komt en dat Harry en Michel hun taak zo serieus nemen dat ze het gebouw met dezelfde toewijding blijven bewaken.

In De bewaker komen enkele grootheden uit de wereldliteratuur samen. Als in Samuel Beckets Wachten op Godot zijn de bewakers onwetend van wat hun te wachten staat. Ze wachten en wachten, maar waarop? Op een derde bewaker, op een bericht van 'de organisatie' dat hun taak erop zit? Door een spleetje bij de deur zien ze zelfs een boom, die zou kunnen verwijzen naar dit beroemde toneelstuk. En als in het stuk verliest ook deze boom zijn blaadjes gaandeweg het verhaal.

De logica van de mannen is als die in Franz Kafka's boeken. Ze zijn in dienst van 'de organisatie' en die kent nu eenmaal zijn eigen wetten. Misschien is wat hun overkomt wel een test? En moeten ze bewijzen rijp te zijn voor de elite van bewakers. Maar ook Plato's grot is niet ver weg. Vanuit hun donkere hol - ze besluiten zelfs alle lampen uit te draaien om hun werk in het donker te verrichten - beschouwen ze de wereld. Ze maken zich een voorstelling van wat er buiten gebeurt. Die voorstelling is heel subjectief want ze moeten het doen met de minieme informatie die ze in hun 'grot' hebben. En dus gaat de fantasie met ze op de loop en wordt hun kijk op de werkelijkheid steeds onrealistischer.

Terrin heeft een prachtige pen. Vanuit Michel - die wat minder rechtlijnig denkt dan zijn collega - beschrijft hij de bedompte biotoop met veel gevoel voor detail. De weinige geuren en smaken die er zijn, worden heel beeldend beschreven. Het eten van jam is een orgastisch genoegen, een los draadje in het uniform van Harry wordt haarscherp opgemerkt. Uitgerekend deze precieze beschouwer gaat langzamerhand werkelijkheid en fantasie vermengen. Zodanig dat droom en realiteit voor hem én voor de lezer op onnavolgbare wijze door elkaar heen gaan lopen.

Tja, een ideeën roman, het klinkt nogal filosofisch. En dat is dit boek óók. Maar het is meer. Het is een gevoelige beschrijving van een wonderlijke, niet-bestaande wereld. Die wereld is naargeestig en klein, maar Harry en Michel hebben er genoeg aan. Binnen die cocon bouwen zij hun eigen realiteit en doen ze wat ze moeten doen. En dat doen ze met volledige toewijding. Voor de buitenstaander is het een treurige realiteit. Harry en Michel zitten als soldaten opgesloten in een oorlog waar een ander hen naar toe stuurde. En ze zitten opgesloten in een militair systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Die beklemming en beperking krijgt in De bewaker op magistrale wijze vorm.

zaterdag 3 oktober 2009

Film: Bekende Tarantino-ingrediënten in WOII-parodie

Inglourious_basterdsFilm Inglourious basterds
Regisseur Quentin Tarantino
Hoofdrollen Christoph Waltz, Brad Pitt, Mélanie Laurent
Jaar 2009
Genre Drama/Komedie
En? 8

Brat Pitt staat dan wel pontificaal voorop de filmposter, maar hij is niet de echte held van Inglourious basterds (mét spelfout). Dat is Christoph Waltz, die tot nu vooral in Duitse tv-series te zien was. Hij speelt Kolonel Landa, de Duitse SS'er die bekend staat als de jodenjager. Zelden was een bad guy naast echt slecht ook heel erg grappig en gewiekst.

Kolonel Landa is een kei in zijn vak, het opsporen van joden in het bezette Frankrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Over zijn jodenjacht heeft hij een heel eigen theorie. Duitsers mogen dan haviken zijn, een goede jodenjager denkt als zijn tegenstander, als een rat. En dus vindt hij ondergedoken joden, daar waar anderen die niet weten op te sporen. Hij is er trots op en roeit gesnapte joden meedogenloos uit.

De nieuwste film van Quentin Tarantino begint op het Franse platteland waar Landa een boerenfamilie een bezoekje brengt. Hij probeert een genoeglijk gesprekje aan te knopen met de boer, deelt complimenten uit voor zijn knappe dochters en de lekkere melk. Maar gaandeweg loopt de spanning op en zo komt Landa stap voor stap ter zake. Met gruwelijke gevolgen voor de familie Dreyfus die zich daar schuil houdt. Alleen dochter Shosanne weet te ontsnappen.

Net zo nietsontziend als de jodenjager zijn de Basterds, een groep geallieerde joden die in de nazi killing business zitten. Luitenant Aldo Raine (Pitt) voert dit wonderlijke gezelschap aan. Aangezien ze er vanuit gaan dat er geen greintje goeds in een nazi kan zitten, wordt elke gevangen genomen Duitser zonder aarzelen vermoord en gescalpeerd. Het oude Indianenbloed van Raine geeft hem dit in; hij eist van al zijn manschappen 100 nazi-scalps. Gaandeweg de film kruisen de wegen van de jodenjager en de nazikiller elkaar.

Inglourious basterds is een instant Tarantino-klassieker. Zoals we van hem gewend zijn, combineert hij op wonderlijke wijze grof geweld met humor. Tegelijkertijd lapt hij filmwetten aan zijn laars én gebruikt hij filmclichés. Die botsingen die hij in zijn films stopt van geweld en humor en van vernieuwing en stoplapperij maakt het een feest om naar te kijken. De film zit zowel vol herkenning als vol verrassing. Overigens is de hoeveelheid geweld in deze film nog redelijk beperkt vergeleken met eerder werk. Maar als er dan geweld te zien is, is het ouderwest grof en plastisch.

De spitsvondige dialogen geven de film echter nog een laagje extra mee. En soms zelfs de spitsvondige monologen, want in deze film is de Duitse SS'er verreweg de beste prater. Zowel de scène met de Franse boer als een latere ontmoeting met opper-Basterd Raine is geweldig gespeeld door Waltz. Daarbij stopt Tarantino zijn film vol aardige grappen. Mike Myers mag een geestige generaal spelen, Adolf Hitler wordt geparodieerd en ook Joseph Goebbels wordt met een vette knipoog belachelijk gemaakt.

Fijnzinnig is het allemaal niet, maar Inglourious basterds is een feest voor oog en oor. Tarantino deinst er niet voor terug een grootse en vooral grotesk verhaal neer te zetten, waarbij hij zonder scrupules de loop van de geschiedenis een eigen twist geeft. Alle ingrediënten kenden we al van deze regisseur, maar ze vallen wel verrekte lekker op hun plek in deze film.

donderdag 1 oktober 2009

Film: Winslet draagt film over oorlogsdilemma

The_readerFilm The reader
Regisseur Stephen Daldry
Hoofdrollen Kate Winslet, David Kross
Jaar 2008
Genre Drama
En? 7

De roman De voorlezer (1995) is een wereldwijde hit geworden voor auteur Bernhard Schlink. Het boek is in 35 talen vertaald en werd in veel landen een bestseller. Dat was vermoedelijk te danken aan de originele manier waarop de Tweede Wereldoorlog behandeld werd. Het ging over de kampen en over foute Duitsers, terwijl het verhaal niet tijdens de oorlog speelt, maar juist in de na-oorlogse jaren. Daarmee geeft het vooral een beeld van de manier waarop Duitsland zelf in het reine probeert te komen met zijn verleden.

Ik las het boek jaren geleden en was er niet heel erg van onder de indruk. Door alle fuzz erom heen waren mijn verwachtingen vermoedelijk te hoog. Misschien speelde ook een rol dat Schlink er amper in slaagt de personages echt tot leven te laten komen. Het is vooral het verhaal van een dilemma over een oorlogsverleden.

Kate Winslet zorgt er in de verfilming voor dat de film een tandje beter is dan het boek. Zij speelt de tramconducteur Hanna die op haar 36e een liefdesrelatie aan gaat met de 15-jarige Michael. Zij leert hem de liefde kennen, hij leest haar voor uit de wereldliteratuur. Algauw raakt de puber totaal verslingerd aan de oudere Hanna. Maar wat Hanna zelf precies vindt, blijft onduidelijk. Haar karakter komt wel tot leven in de film, alleen blijft die heel mysterieus.

Want wat drijft haar precies? Waarom laat zij zich zo gretig voorlezen? Kan zij zich wel binden aan de jongen? En waarom vertrekt zij zo plotseling uit zijn leven op het moment dat ze promotie krijgt?

Sommige vragen worden in de film opgelost, zodra Michael op latere leeftijd het gruwelijke geheim van Hanna ontdekt. Maar ook dat levert weer nieuwe vragen op over haar. Onduidelijk blijft wat haar drijft en hoe ze zelf aankijkt tegen de rol die ze in de oorlog speelde. Hoe onbevredigend in eerste instantie ook, Winslet heeft daarmee wel een heel interessante Hanna neergezet. Welbewust laat zij het mysterie rond deze vrouw in stand.

Daarmee wordt het ook moeilijk om te bepalen of je enige sympathie voor haar kan opbrengen. En dat is een nuttig ingrediënt in het morele dilemma waar de film over gaat. Hoe moet je oordelen over de mannen en vrouwen die een actieve rol hadden in de oorlogsgruwelen? Kan zo iemand ook goede kanten hebben, liefhebben? Gelukkig kiest The reader nadrukkelijk geen partij, maar laat de film de kijker zelf achter met deze levensgrote vragen.

Het is geheel aan Winslet te danken dat deze film nog heel aardig is geworden. De acteerprestaties van haar jonge tegenspeler David Kross vallen nogal in het niet bij die van haar. Zelfs de oudere Michael, die gespeeld wordt door Ralph Fiennes, is niet zo bijster interessant. Winslet is de drager van deze film. Ze haalt alles uit de kast om van dit onnavolgbare personage een geloofwaardige en intrigerende vrouw te maken.

dinsdag 29 september 2009

Boeken: Saramago toont de ontmaskering van de beschaving

Jose_saramago_de_stad_der_blindenWat zou er gebeuren als ieder mens blind werd? Zou de maatschappij door kunnen blijven draaien? Of stort de samenleving in? Dit gedachte-experiment heeft José Saramago uitgewerkt in De stad der blinden, een inmiddels verfilmde roman uit 1995. Hij laat de inwoners van Lissabon op mysterieuze wijze plotseling blind worden, een voor een.

De eerste man die getroffen wordt is meteen hulpeloos. Hij staat te wachten voor het stoplicht, maar door zijn accute blindheid kan hij niet meer wegrijden. Omstanders komen kijken wat er gaande is met deze man die voor het groene licht blijft wachten. Wat deze man vervolgens overkomt, is tekenend voor de verdere loop van het verhaal: een vriendelijke passant brengt hem thuis, maar steelt vervolgens wel zijn auto. Van de hulpeloosheid van de man wordt keihard misbruik gemaakt.

Saramago gebruikt dit surrealistische verhaal om zijn visie op de mensheid te kunnen geven. Als steeds meer Portugezen blind worden, vreest de overheid een verschrikkelijke epidemie en de slachtoffers worden bijeengedreven in een gesloten instelling. Wat daar vervolgens aan gruwelen gebeuren, is onbeschrijflijk. Saramago laat zien dat als de mens weer moet vechten voor zijn bestaan, dat dan de meest nare kanten van hem bovenkomen. Zijn ware kanten, zo lijkt de auteur ons te willen vertellen.

De stad der blinden vertelt een snoeihard verhaal. Slechts weinigen in dit boek kunnen nog een beetje goedheid opbrengen. De meesten vertrappen de anderen, stelen, vernederen en doen alles om zelf te overleven. Binnen de instelling ontstaat een nieuwe samenleving, maar eentje met weinig structuur en niet gericht op samen leven, maar op ieder voor zich. Saramago doet geen poging enige warmte te scheppen in deze ellende, zelfs zijn personages zijn anonieme types en worden slechts aangeduid als "de oude man met het zwarte lapje", "het meisje met de zonnebril" of "de vrouw van de oogarts".

Die laatste biedt het enige lichtpuntje dat dit verhaal heeft. Zij kan als enige nog wel zien en wordt gek genoeg niet geraakt door de epidemie. Het is haar grote geheim, want hardop toegeven dat ze ziend is, zou haar meteen tot slaaf van de anderen maken. Alleen om bij haar blinde man te kunnen blijven, heeft ze blindheid geveinsd en zo kwam ze ook in de instelling terecht. Deze vrouw neemt uiteindelijk de leiding over een klein groepje goedwillenden en daarmee is zij het laatste beetje hoop in een wereld van louter kwaadheid.

Ze is de hoop van de blinden om haar heen. Maar ze is ook de hoop van de lezer. Zij toont dat tussen al die kwaadheid en onmenselijkheid er nog een restje goedheid en medemenselijkheid over blijft. In Saramago's wereld gaat niet de gehele mensheid aan diepgewortelde boosheid ten onder. En zo leidt "de vrouw van de oogarts" zowel de mensen om haar heen als de lezer door deze chaos van ellende, gevaar en angst. Maar kan zij ons nog wel naar een happy end brengen? Als we de ontmaskering van de mens op zo'n nietsontziende wijze getoond kregen? De conclusie is tamelijk zwartgallig: er mag dan een glimpje hoop zijn, een laatste restje goedheid, die zal wel moeten gedijen in een wereld waaronder een heel dun laagje beschaving vooral beestachtigheid, egoïsme en geweld schuil gaat.

maandag 28 september 2009

Boeken: Over zonen die hunkeren naar een beetje vaderliefde

East_of_eden Het bijbelverhaal over Kaïn en Abel is niet alleen het verhaal van de eerste moord, van een zondige jongen die straf verdient. Het is ook het verhaal van een jongen die afgewezen wordt, of zich tenminste afgewezen voelt. Kaïn wil net als Abel geliefd zijn en als zijn broer wel liefde krijgt en hij niet slaan bij Kaïn de stoppen door. Daarmee is het een verhaal over heel basale emoties: liefde, jaloezie, met op de achtergrond de angst afgewezen te worden.

John Steinbeck heeft dit bijbelverhaal als uitgangspunt genomen voor zijn grootse epos East of Eden, een lijvige roman dat in 1952 verscheen. Het verhaal gaat vooral over twee generaties Trask, Adam en zijn broer Charles, en over Adams zonen Cal en Aron. Tegelijk is dit ook de geschiedenis van John Steinbeck zelf. Hij is de kleinzoon van Samuel Hamilton, de oude, wijze man die Adam Trask met raad en daad bijstaat. Heel eventjes komt Steinbeck zelf ook voor als personage in dit boek.

Tot twee keer toe voert Steinbeck een Kaïn-en-Abel-vertelling op, de eerste keer in de vorm van de broers Adam en Charles en de tweede keer in de vorm van Adams zonen. De Kaïn-figuren krijgen in dit boek een C mee als eerste letter van hun naam en de Abel-types beginnen allemaal met een A. Beide generaties Trask moeten moeite doen om liefde van hun vader te krijgen. En die poging liefde te krijgen, gaat vaak samen met grote gevoelens van onzekerheid. Of je nu de wildebras bent (Charles, Cal) of de intelligente en lieve jongen (Adam, Aron), nooit is duidelijk of en waarom van je gehouden wordt.

Net als Charles te sterk is voor Adam is Cal dat voor Aron. Het zijn fysiek krachtige jongens en mannen, maar ze hebben ook een krachtige persoonlijkheid. Maar hun hang naar vaderliefde slaat een flinke deuk in al die kracht en stoerdoenerij. Zo groeien ze op met de les dat ze moeten manipuleren om te overleven. Ze worden niet als vanzelf liefgehad, ze pogen dat te verdienen. Overigens heeft Adam het als geliefde ook niet eenvoudig. Hij wordt door zijn vader het leger in gestuurd, een grotere straf is voor hem niet denkbaar. Toch moet hij geloven dat zijn vader hem verkiest boven zijn broer Charles.

Het verhaal van Adam en Charles gaat over de strenge en onbereikbare vader, het verhaal van Aron en Cal gaat ook nog over de afwezige moeder. Zij heet Cathy (let op: met een C) en zij is hoerenmadam en verpersoonlijkt in dit boek het kwaad. Terwijl de andere personages worstelen met goed én kwaad, is Cathy alleen kwaad. Zij denkt alles en iedereen aan te kunnen, maar anderen spiegelen haar voor dat ze een incompleet persoon is.

In de familie Trask komt de wijsheid van buiten. Ik noemde al Samual Hamilton, de wijze buurman die goed is voor enkele zeer lezenswaardige scènes, als hij probeert de door Cathy verlaten Adam weer de zin van het leven in te laten zien. En Lee, de Chinese bediende in huize Trask. Hij doorziet de mechanismen die ontstaan tussen vader Adam en zoons Cal en Aron. Hij weet wat hen drijft, wat hen bij elkaar houdt, wat hen uit elkaar trekt. Hij is de vertrouwenspersoon van iedereen en speelt daarbij nogal eens onder een hoedje met Samuel.

Steinbeck heeft als achtergrond het Westen van de VS gekozen, zijn eigen geboortegrond. In de Salinas Vallei probeert de arme Hamilton een leven bij elkaar te schrapen als boertje en als reparateur van landbouwmachines. De rijke Adam heeft het allemaal veel gemakkelijker. Alleen heeft de breuk met Cathy zijn plan doorkruist om een welvarende farm in de vallei op te bouwen.

De roman is vol met prachtige familietaferelen, vol met symboliek, vol met indrukwekkende beschrijvingen van de locatie en de tijd waarin het speelt. Het verhaal omspant een lange periode, waardoor verschillende dramatische momenten voorbij komen. Het is een boek van leven, liefde en dood. Van geluk en ongeluk. Van goed en kwaad. Het zoekt antwoorden op de vraag hoe wij als mens gevormd worden. Wat en wie bepaalt ons karakter? Hoeveel invloed hebben we zelf op onze levensloop en hoeveel wordt bepaald door de familie waaruit we komen? Wanneer kun je echt zelfstandig je leven leiden? Wanneer hou je op kind te zijn?

Steinbeck introduceert een bonte stoet intrigerende personages. Meestal zijn de Kaïn-types (Cal, Charles en Cathy) iets interessanter dan de Abel-figuren. Hun worsteling met goed en kwaad geeft ze meer dimensies dan de lieverdjes in dit boek. Hun pogingen om liefde te krijgen, zijn zo nu en dan hartverscheurend. Maar dit boek was niet zó fraai geweest zonder Samuel en Lee. Zij geven met hun wijze analyses meteen duiding aan de familiegeschiedenis. Het onbetwiste hoogtepunt is de diepe analyse die Lee maakt van het bijbelverhaal over Kaïn en Abel. Hij ontdoet het verhaal van lot en ongeluk en introduceert keuzevrijheid. Daarmee levert hij de sleutel tot deze roman.

woensdag 23 september 2009

Muziek: Warme Lanois kan ook klinken als een denderende trein

Black_dubDaniel Lanois is vooral bekend als producer. Hij werkte onder meer met Bob Dylan, Willie Nelson, Robbie Robertson, Brian Eno en Peter Gabriel. Maar het bekendst is hij vanwege zijn samenwerking met U2. Achter prachtplaten als The Joshua Tree, Achtung baby en The unforgettable fire zit zijn hand. En ook U2's laatste album, No line on the horizon, is weer door hem geproduceerd, in samenwerking met Brian Eno.

Maar Lanois is ook een zeer begenadigd muzikant. Zijn platen zijn misschien niet zo bekend, maar Acadie (1989), For the beauty of Wyona (1993) en Shine (2007) zijn stuk voor stuk juweeltjes. Op die platen is hij een meester in het scheppen van sferen. Met zijn warmbloedige gitaarsound maakt hij sferische, donkere liedjes die ogenschijnlijk heel simpel zijn. Zijn warme, hese stem draagt prachtig bij aan die stijl. Op die albums staan geen knallers, geen uitschieters die je draait op een feestje. Nee, een plaat van Lanois zet je gewoon op bij nummer een en dan laat je je meenemen in zijn muzikale wereld.

Vorige week maandag stond Lanois in het Brusselse Ancienne Belgique, voor mij een geweldige gelegenheid deze man eens live te zien en te horen. Nadat zijn platen al jaren met mij mee zijn gegaan en een vaste waarde in mijn platenverzameling zijn, wilde ik hem dolgraag eens aan het werk zien. Benieuwd of hij die ingetogen, reflectieve sfeer ook live zou kunnen overbrengen.

Maar duizendpoot Lanois was inmiddels alweer met een nieuw project bezig, Black Dub, een trio met jazzdrummer Brian Blade en de Belgisch-Amerikaanse zangeres Trixie Whitley, tijdens het concert aangevuld met bassist Jim Wilson. In die formatie heeft Lanois zich laten inspireren door de Jamaicaanse dub, waarvan hij een totaal eigen interpretatie heeft gemaakt. Hij heeft van deze oorsprong van de reggae een stevig soort Americana-blues gemaakt.

En het klonk als een klok. De warme gitaarklanken van Lanois waren ook nu nog zeer herkenbaar. Maar de aanvulling met jazzy drumpartijen en een Anouk-achtige zang waren voor mij compleet verrassend. Lanois voert deze nieuwe liedjes nu voor het eerst op en pas begin volgend jaar zal er een plaat van Black Dub verschijnen. Lanois, Whitley en Wilson vormden gezamenlijk een prachtig zangtrio, want de solozang van Whitley werd afgewisseld met de harmonische klanken van deze drie uiteenlopende muzikanten.

Hoe verrassend en krachtig de Black Dub-muziek ook was, hoogtepunten vormden toch het oude repertoire van Lanois. Met name The maker en The messenger hadden in de Black Dub-samenstelling een enorme power en zeggingskracht. Bijzonder dat Lanois een jonge zangeres als Whitley zoveel ruimte gunt en haar zelfs op de voorgrond duwt bij zijn eigen solonummers. Soms ook speelde in een kleinere bezetting, alleen met drums of helemaal alleen. Daardoor werd het concert heel afwisselend en ontstond er meer dynamiek dan op zijn platen te beluisteren is.

Het laatste nummer van de set was een nagenoeg onherkenbare cover van Ring the alarm van Tenor Saw, een Jamaicaans reggae-nummer. In de uitvoering van dit viertal was dat een denderende, psychedelische trein, een voortstuwend nummer dat grotendeels instrumentaal was, enkel afgewisseld met een gezongen refrein. Zo had ik Lanois nog nooit gehoord.

Nogal logisch dat het publiek volledig uit zijn plaat ging en ook na twee toegiften nog niet tevreden was. Zelfs toen het zaallicht alweer brandde, riepen de aanwezigen om meer. Maar helaas...